LEVENSADEM


Hij schenkt de levensadem,
Hij geeft de levensgeest...
(Gezang 301, Liedboek voor de Kerken)

Zomaar een flard van een lied . Hebt u dat nou ook, dat je soms zomaar zo'n flard te binnen schiet? En jij, die jonger bent, heb jij dat nou ook, dat er soms zomaar een liedje aan komt waaien?
Bij jou zal dat waarschijnlijk geen lied uit het Liedboek zijn. Alhoewel, misschien als je aan je oma denkt, of bij een bepaalde gebeurtenis. Je hebt van die toppers, die je vroeger op school moest leren, en die je naar hartenlust meezong in de kerk, zoals Geest van hierboven, leer ons geloven, hopen, liefhebben door uw kracht! (Gezang 477). Om nooit meer te vergeten. Of je het nou mooi vind of niet: dit gezang gaat langer mee dan het vermaledijde Koningslied, waaraan ik hier verder geen woorden zal verspillen.

Als u/jij dit leest is de zeer bijzondere Koninginnedag achter de rug en hebben we er met elkaar als Nederlanders hopelijk een mooi en waardig feest van kunnen maken. Niet alles is maakbaar, niet iedereen is een lieddichter, en er kan er maar één koning worden, en dat is maar goed ook.
Maar ik wil het hier over een ander feest hebben. Over enkele weken is het Pinksteren. We vieren dat feest van de Geest op zondag 19 mei aanstaande, op de vijftigste dag na Pasen. Op Pinksteren wordt de Paastijd afgesloten en daarna gaan we – liturgisch gezien – de groene zomertijd in. Tegen die tijd zal de natuur ook eindelijk wel volop en uitbundig groen zijn. Wat hebben we daar dit jaar lang op moeten wachten! Het maakte mensen moe, ze hadden weinig energie. Ik spreek nu voor mezelf, en hoorde dit ook van vele anderen. Een kwestie van lange adem was het, dat wachten op de lente, de zon, de warmte.

Een kwestie van lange adem, dat is het maar al te vaak. In het leven, en dus ook in de kerk: lange adem, om het niet op te geven, om het uit te houden. Om het uit te houden tot aan die 'grote zomer', om nog zo'n flard uit een lied te citeren: Eens komt de grote zomer, waarin zich 't hart verblijdt. God zal op aarde komen met groene eeuwigheid...(Gezang 288)
Een toekomstvisioen, inspirerende beeldspraak. De Bijbel en het Liedboek staan er vol mee, met duizend en één beelden voor Wat/Wie niet in woorden te vangen is: God.
Wie God wil vastleggen, maakt een afgodsbeeld. Zo'n stenen kolos op een voetstuk, waar geen beweging in te krijgen is.

Op Pinksteren gaat het er 'luchtig' aan toe. Gods aanwezigheid is als adem. Zo eenvoudig, zo onzichtbaar, zo merkbaar. Wij horen in de lezing uit Johannes 20:19-23 hoe Jezus op de avond van de eerste dag aan zijn bange leerlingen verschijnt. Ze hebben zichzelf opgesloten in eigen kring. Jezus wenst hen vrede en zendt hen de wereld in. Shalom! En nu naar buiten!
Hij blaast over hen heen, als teken van Gods Geest: levensadem!
God leeft in hen, en in ons, en geeft ons energie. Geen opgeklopte vrolijkheid en geen gebakken lucht, maar adem om 'gewoon' te leven en te doen wat nodig is.

In de Pinksterdienst is er afscheid en herbevestiging van ambtsdragers. Vanaf Pinksteren gaan we werken met een andere pastorale opzet, met een ouderling minder, waarbij de oude wijkindeling wordt vervangen door een nieuwe. De ouderlingen worden bijgestaan door bezoekmedewerkers, die in deze dienst aan de gemeente zullen worden voorgesteld. Ook vieren we met elkaar de Maaltijd van de Heer. Voor de kinderen van de basisschool is er op vrijdagmiddag 17 mei de jaarlijkse 'Avondmaalscatechese', waar we ditmaal zullen staan bij de vraag “Waarom ga je naar de kerk?”
De kinderen krijgen via de school een uitnodiging van de jeugdouderlingen.

Wat staat er verder nog te gebeuren in de maand mei? De kringen zijn voorbij. We gaan evalueren en plannen maken voor het nieuwe seizoen. En het is nu tijd om naar buiten te gaan! De kerkenraad heeft besloten om – voor zover mogelijk – mee te lopen met de Avondvierdaagse (28-31 mei).
Wie van u/jullie loopt er ook mee?

Wie wandelt, wandelt nooit alleen.
Altijd zijn er wel vogels,
altijd de wind
of de waterstromen,
de bronnetjes soms
of passanten.
Altijd zijn er de bomen
en de wolken die je groeten
of de strakke, blauwe hemel.
En de zijwegen en kruispunten
die vragen om een keuze.
Altijd zijn er je gedachten
die meetrekken als engelen
of als duivels, die je plagen.
Alleen wandelen bestaat niet.

Wandelen brengt je ook altijd weer
op je innerlijke weg
en brengt je thuis.

(Marinus van den Berg)

EL